In januari rust de tuin stil en klein,
Vorst tekent patronen, takken zijn fijn.
De aarde slaapt diep onder koude grond,
Elke knop wacht zwijgend op een nieuw verbond.
Snoei met geduld, denk aan wat komt,
Want wat nu kaal is, wordt straks weer blond.
Wie nu verzorgt met kalme hand,
Ziet in de lente een bloeiend land.

