Februari sluipt de tuin in, op kille tenen.
Vorst tekent zilver op slapende aarde.
Sneeuwklokjes fluisteren: het komt eraan,
een voorzichtige zon durft even te bestaan.
Een merel breekt de stilte met hoop.
Snoeiresten ruiken naar belofte.
De zon blijft laag, maar kijkt al langer.
De tuin wacht — niet stil, maar wakker.

